Regelmatig loop ik een rondje ‘campo’ om mijn hoofd leeg te maken. Altijd hetzelfde rondje waarbij ik een stukje platteland met een rondje door ons dorp combineer. Mooie gelegenheid om dan meteen even de post te checken, de postbode komt namelijk niet bij ons aan de deur. Elk nadeel heeft zijn voordeel, ik weet namelijk niet hoeveel reclamefolders en ander onnodig geneuzel mij al bespaard zijn gebleven de afgelopen 10 jaar. Scheelt weer een paar bomen.

Officieel hebben we één adres, officieus hebben we er wel drie en zelfs vier als ik die van ons kantoor meereken. Het eerste adres is ons woonadres, het tweede is het postbusadres in het dorp en het derde het postkantoor in een nabijgelegen dorp waar pakketjes worden afgeleverd die niet in de postbus in het dorp passen. Je zou denken dat dit naar het postkantoor gaat van het dorp waar wij officieel wonen, maar nee het postgebied is anders ingedeeld en dus hebben we met maar liefst drie verschillende dorpen te maken. Alhaurín el Grande; het dorp waar we officieel wonen, Villafranco del Guadalhorce; het dorp waar we het dichtste bij wonen en waar onze postbus is én Cártama; waar pakketjes heen gaan die dus niet in de postbus passen. Het dorp met de langste naam is het kleinste en voor ons gevoel echt ONS dorp ook al begrijpen de meeste vrienden hier maar weinig van. Te stil, te weinig mensen. Maar hey, we hebben een kerk, 3 cafés, 2 kappers. Een met een officieel bord en van de ander moet je gewoon weten dat je bij de blauwe deur moet zijn. Een supermarkt, okey supermarktje, een ferreteria (als ze daar niet hebben wat je zoekt, hebben ze het nergens), een apotheek, ouderencentrum, kinderdagverblijf en een vrij grote school. Het wachten is alleen nog op een pinautomaat en dan is het helemaal perfect. Alhoewel voor mij is het nu al perfect. Lekker kneuterig en overzichtelijk, ik hou ervan.

Ik had het laatst met mijn dochter over de allereerste keer dat ze kennismaakte met ons dorp bijna 10 jaar geleden. Het was wat haar betreft niet bepaald liefde op het eerste gezicht. Ergens midden juli haalde ik met haar en haar broer taartjes bij de lokale bakker (o ja die hebben we ook!). Ik was net op tijd want van 14:00 tot 17:00 gingen ze dicht. We namen plaats op een bankje tegenover het schoolplein. “Nou jongens, zei ik, hier gaan jullie straks naar school.” Het was stil, heel erg stil. En dat kwam niet alleen omdat zij met stomheid waren geslagen. “Mam, ik hoorde krekels en zag twee jongetjes voetballen, dat was het!’. We woonden toentertijd nog in Haarlem en dit was haar vooruitzicht; een dorp en dan ook nog eens op het platteland. Van de hemel naar de hel! Gaandeweg de jaren is ze van ons dorp gaan houden en in het bijzonder van het platteland. Ook zij loopt regelmatig een rondje om haar hoofd leeg te maken, al houdt zij het vaak bij onze eigen tuin. Waar ze in Haarlem bijna meteen in de tuin van de buren stapte, kan ze hier rond dwalen en neerstrijken op een bankje of ander rustig plekje. Vroeger klom ze zelfs regelmatig in een boom als ze haar broer of ons zat was. De hel veranderde langzaamaan in de hemel.

Op mijn vaste rondje kom ik langs het beruchte bankje en regelmatig ga ik er dan even op zitten. En vaak komt dan dat beeld van ons drietjes met een taartje in de snikhete zon weer terug. Het was tijdens de siësta dus no wonder dat er geen kip of kind op straat was.

Share: