“Ja Joyce, niet doen”, klonk het vroeger vaak in koor. Ik ben gezegend met drie zussen waarvan twee ouder dan ik, dus het was soms net of ik drie moeders had. Alsof ik er aan één niet genoeg had! Zussen, allemaal geboren uit één stel ouders en toch zo verschillend. Zo ook mijn band met hen. Die is gedurende ons leven ook telkens veranderd.

Tegen mijn oudste zus keek ik best een beetje op toen ik klein was. Zij nam als eerste een vriendje mee naar huis. Nou ja ‘vriendje’, hij was bijna 2 meter lang en kwam uit de grote stad. Bij haar ging ik logeren in Amsterdam toen ze daar studeerde en later zelfs ging wonen. Reuze spannend allemaal! Toen ze op een gegeven moment zo’n anderhalf jaar in Italië woonde, was ik blij dat ik haar daar op kon zoeken. Samen musea bezoeken en shoppen in Rome. Wat een feest! Toen ik emigreerde en zij inmiddels weer in Nederland woonde, vond ze dat een hele tijd best moeilijk. Gelukkig hebben we daar goed over kunnen praten en spreken we nu gewoon af en toe af. Dan lunchen we in Amsterdam en soms in Spanje, net als vroeger. We WhatsAppen en mailen over dingen die ons inspireren. Creativiteit is bij ons de verbindende factor.

Van mijn een na oudste zus leende ik vroeger kleding en kreeg ik balletles in de hal van de flat waar we woonden. Ik bleef lang haar kleine zusje. Tot het moment dat haar man, veel te jong, na een hersenbloeding overleed. De wereld stond stil en het zorgde ervoor dat we heel dicht tot elkaar kwamen en een gelijkwaardige relatie kregen. Dit hadden we zelf van tevoren echt nooit kunnen bedenken. Gedeelde scherpe humor en een enorme drang tot overleven is wat ons verbindt. Op een gegeven moment woonde ze zelfs met haar dochter bij me om de hoek. Tot het moment dat ik emigreerde, wat ze ruimhartig zonder veel woorden accepteerde. “We zijn altijd verbonden zus”, waren haar woorden. We waren het roerend eens.

Met mijn jongste zus had ik vroeger altijd ruzie, tenminste dat vond de rest van het gezin. Wij waren het daar totaal niet mee eens. Maar eerlijk is eerlijk we hadden wel veel strijd. Zelf noemden we dat discussies. Ook niet echt gek, we waren ook zó verschillend. Zij speelde het liefst buiten en was graag onder de mensen. Ik zat liever op mijn kamer of in de bibliotheek te lezen. We deelden lange tijd dezelfde kamer. “Zullen we een spelletje doen?” klonk het regelmatig om 07:00 uur ’s ochtends. Gek werd ik ervan. De enige momenten dat we echt verbonden waren, was als we rottigheid uit haalden. Dan vormden we één front richting onze ouders. Hoe anders gaan we nu met elkaar om. We delen meer dezelfde interesses en hebben vooral interesse in elkaar. We spreken ons eerlijk uit zonder dat het meteen ruzie, sorry een discussie, wordt. We zijn zelfs een week samen op vakantie geweest en ik kan me niet meer precies herinneren wat we hebben gedaan maar des te meer hoe ontzettend hard we hebben gelachen.

Mijn moeder noemt ons haar ‘klavertje vier’… en inderdaad hoeveel geluk kan een mens hebben?

Share: